Hoe red ik de wereld?

Deze vraag zal onder XI-ers, hoogbegaafden en ander volk niet helemaal onbekend zijn, want het bewustzijn waar deze vraag uit voortkomt is ingeboren in iedere mens. Het komt soms voort uit hoogmoed en zelfoverschatting, maar vaak ook uit een diepgevoelde compassie met het reilen en zeilen van wat Bucky Fuller noemde “Project Earth”.

Fuller heeft het destijds fors en serieus aangepakt, door een nieuwe logica te ontwikkelen (onderdeel van zijn dymaxion concept), een nieuwe benadering van architectuur (tensegrity) en talloze bijdragen aan de vernieuwing van de taal, het ecologisch denken, duurzaam ontwerpen, etc. Het Huis van Marco Polo heeft in haar benadering van de ontwikkeling van het potentieel van hb-ers Fuller nadrukkelijk geïncorporeerd in het ontwikkelingsmodel: het niveau van het bewust willen helpen van de mensheid in haar groeiproces naar een ecobewust en integrale wereld noemen wij “Bucky’s Koepel”, naar de geodetische koepels die Fuller ontwierp.

De wereld redden is jezelf zo tot groei brengen dat dit bewustzijn en de wil om dienstbaar te zijn in je ontwaakt. Meer kun je eigenlijk niet doen, want zodra je als zodanig ontwaakt ben jij het niet meer die ‘doet’ maar doet ‘het’ door je heen, door middel van je talenten en vaardigheden. Je wakkerheid laat je weten of dit echt zo is, of dat je uit ego-motieven handelt.

Er is niet een voorgeschreven weg om deze staat te bereiken: honderdduizenden leraren hebben in de afgelopen 5000-7000 jaar hun weg gevonden en zijn in dienst getreden van hen die dit eveneens verlangden. Religie (het re-ligere, herverbinden) speelde hierin een grote rol, en voor onze tijd en tijdgenoten zou het wellicht zinvol zijn om dit verbinden te verstaan als een “her”-verbinden met de toekomst… hoewel, ons tijd-idee scheidt toekomst van verleden, terwijl we ook in kunnen stappen in het besef van tijd als een plastisch continuüm, waarbij de concepten van verleden en toekomst totaal veranderd zijn. Het is in onze samenleving ook niet meer een tijd van grote leraren: we zijn elk voor onszelf voor de taak staande uit de ons omringende wereld een “leraar” te construeren, en de werkmethode te vinden die dit leraarschap dynamisch maakt. Misschien zijn het alleen concepten die liefdevol en levend zijn die kunnen functioneren als “attractoren” voor onze groeiweg.

Het zijn ook dergelijke concepten die veel leraren ons gegeven hebben en vele hiervan werken nog steeds, soms nog na duizenden jaren: zoals de zogenaamde ‘gouden regel’: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet. Dit wereldreddende concept is nog altijd sterk werkzaam, en nog altijd blijkt het een halsbreker te zijn als het hemd nader wordt dan de rok: het werkelijk volgen van deze regel leidt tot wakkerheid, en wakkerheid leidt tot pijn: onze biografische pijnstructuren worden sterk geactiveerd door wakkerheid en we laten vaak de doorwrocht lijkende logica van de ervaren en door ons geïnterpreteerde werkelijkheid vóór gaan, zodat we handelen vanuit het idee dat we door ons eigen belang te dienen ook de wereld dienen. In dit misverstand leven we bijna permanent, op die spaarzame ogenblikken na dat we ineens de verte zien, of de ruimte of het continuüm. Dit ineens bevrijd worden van je beperking hangt nauw samen met je voorbereid zijn, je bereidheid, je wil en je moed. Door angst wordt deze ervaring meestal snel ingeperkt, want onvoorbereid kan die leiden tot sterke verwarring. Als je krachtig genoeg bent doorsta je ervaring,  waarna een met vreugde gevulde leegte volgt… ook niet gek, want Bucky Fuller ervoer de ruimte en vulde daarna zijn leven met wat hij in die ervaring leerde: we zijn in wezen één, en grenzen zijn misconcepties van ruimte, dood bestaat niet en je bent niet de eigenaar van je tijdelijke vorm in de wereld, noch van je ideeën, noch van je daden. Je bent in wezen dienstbaar, zoals in het Loflied van Maria (Magnificat) zij zegt: de dienstmaagd van de Heer.

Hoogbegaafde medewerker: lastig of LUSTig?

Door: Jan Goorissen, Lisette ter Heerdt

Er was eens een koning die richting zocht voor zijn rijk. Hij riep zijn volk op om uit hun midden een mens af te vaardigen die zijn koningsraad zou kunnen versterken. Nu was er meisje in een klein dorp dat al heel jong alle boeken gelezen had en overal een mening over had. Dat vonden de mensen erg lastig en ze besloten haar af te vaardigen om van haar bevrijd te zijn…

Het meisje kwam bij de koning, keek even rond en zei toen: “Ik wil alleen deelnemen aan uw raad als u aan het hoofd komt zitten van een ronde tafel.” En de koning wist dat dit een uitdaging ging worden…

Voor dit artikel gebruiken we een paar uitgangspunten die voor ons relevant zijn als denkmodel voor het omgaan met begaafde werknemers.

Twee hoofdproducten
Het eerste uitgangspunt is dat een organisatie twee hoofdproducten levert:

  1. het product dat aan de buitenwereld wordt verkocht (bijvoorbeeld accountantsdiensten of stansmachines).
  2. Het product dat het bedrijf aan zichzelf levert. Dit zogenaamde interne product is van vitaal belang voor de ontwikkeling, groei en levensvatbaarheid van een bedrijf. Bij levende organismen bestaat dit interne product uit zelfverzorging: voeding, kennisverwerving, rust, afscheiding, zorg voor een gezonde omgeving… In zeker opzicht is een organisatie wel te vergelijken met een levend organisme. De sociale omgeving, leermogelijkheden, bedrijfsvoering en het bewust omgaan met de dynamiek van interne processen bepalen kleur en kwaliteit van dit interne product. Dit tweede aspect speelt een belangrijke rol in het omgaan met XI- of HB-werknemers.

De koning en zijn staf
Het tweede uitgangspunt is het gebruik van het archetypische ‘koningsmodel’ ten behoeve van het interne product; een organisatie wordt bestuurd door een ‘koning’, vaak de eigenaar of CEO. Die is eindverantwoordelijk en neemt beslissingen na overleg met zijn staf: een raadspensionaris, een maarschalk, een hogepriester, een magiër en een nar.

Dit vijftal representeert de volgende aspecten in de ontwikkeling van bewustzijn, macht en  handelingsbekwaamheid:

  1. De raadspensionaris (of grootvizier of minister-president) vertegenwoordigt de wet en beheert het geld.
  2. De maarschalk representeert de daadkracht, de strategie en de stootkracht.
  3. De hogepriester beheert de moraal en de inbedding in ‘algemeen geldende principes’.
  4. De magiër representeert het vermogen om groeisprongen te maken, ineens doorbrekende inzichten, onbegrijpelijke wendingen in het werkproces;.
  5. De nar smeert het werkproces door speelse inkijkjes, wijzend op vastgelopen, stagnerende gewoontes, eigenwijzigheden en onverwachte inzichten in de rollen die mensen binnen het bedrijf spelen.

    De Verteller
    Deze vijf plus de koning zijn allen nodig voor een gezonde besluitvorming.

Het is wellicht nuttig om te weten dat die ‘rollen’ niet vastgeklonken zijn aan personen. Daarom is het nuttig om met een scherp oog steeds te kijken naar wie welke rol ‘op zich neemt’.

Hier komt de hoogbegaafde werknemer om de hoek piepen. Door de vaak op hoog niveau functionerende waarnemingsvaardigheden kan hij of zij als procesbewaker de rol vervullen van ‘verteller’ die achteraf weergeeft wat er in het proces gebeurde en welke kwaliteiten wel/niet aan bod gekomen zijn.

De Magiër
Wat nu te doen, als manager, werkgever, personeelschef of anderszins verantwoordelijke?


Een voorbeeld: een biologe/wiskundige (Keisha) met buitengewone mogelijkheden wordt door een innovatielab gevraagd om managementvergaderingen bij te wonen. Inhoudelijk kan Keisha geen bijdrage leveren, maar zij neemt heel scherp waar wat wel wordt gezegd/bedoeld en wat niet.

Zij bespeurt latente kennis en andere vormen van latentie bij de aanzittenden en na de vergadering(en) wordt haar door de ‘koning’ gevraagd: “Wat heb je waargenomen?

Keisha geeft dan uitgebreide impressies van de zichtbare en de onderliggende fenomenen, latente kennis, etc.

Omdat Keisha ‘verder’ kijkt dan de meeste anderen. kunnen met haar informatie processprongen worden gemaakt, die anders veel meer tijd en geld zouden kosten.

De leidinggevende heeft in deze setting de wijsheid gehad Keisha te selecteren als ‘antropoloog’ die het ‘water’ waarneemt waarin de vissen zwemmen. In het koningsmodel is dat een magiërrol.

Er zijn echter meerdere rollen mogelijk en de leidinggevende zal zorgvuldig moeten zijn in het kiezen van de precieze functie voor de hoogbegaafde medewerker.

Ongeleid projectiel?

Lastig of LUSTig is een vraag die een belangrijk keuzemoment inhoudt. Het zou best kunnen zijn dat de betreffende hb-er een ongeleid projectiel is, die zichzelf absoluut niet kent of in de hand kan houden. Dat is lastig!

De ‘koning’ dient zich dan af te vragen (of counseling in te roepen) of de betreffende werknemer ‘leerpotentieel’ heeft. Het kan best zijn dat deze werknemer eerst zelf nog door een leerproces moet gaan voordat zijn capaciteiten kunnen bloeien.

De werkgever mag leren hoe deze besluitvorming op een gezonde wijze tot stand komt en of/wanneer zo’n werknemer geen zinvolle bijdrage kan leveren aan het bedrijf. Er is geen standaardantwoord lijkt ons.


De Mentor
In voorkomende gevallen kan het zeer nuttig zijn om een Mentor aan te stellen die dit proces en de werknemer begeleidt.

Voor de werknemer is het van groot belang dat men zijn mogelijkheden serieus neemt en dat hij als adviseur/procesbewaker/nar etc. is vrijgesteld van hiërarchische normeringen: het moet veilig zijn om een afwijkende mening of afwijkend inzicht naar voren te brengen.

Als er een onveilige cultuur binnen het bedrijf bestaat (bijna altijd een gekwetste-ego-kwestie) dan heeft de hb-er daar niets te zoeken. Het zou kunnen zijn dat een aangestelde Mentor bij de directie terechtkomt met de vraag of deze ook zichzelf wil betrekken in het leerproces van de organisatie: als de manager niet wil leren kan hij eigenlijk niet leiding geven.
Veelbelovende last
Wat kun je verwachten als de kans krijgen hb-ers zo te mogen functioneren? Verrassingen!

Hoe complexer en gelaagder een organisatie is, hoe groter de verrassingen kunnen zijn.

Een eenvoudig productiebedrijf dat tamelijk ongedifferentieerd werkt aan een extern product kan door de werkzaamheid van een hb-er tot differentiatie komen. Het kan in richtingen gaan groeien die leuk verbazend zijn. Het kan het bedrijf steviger, veelzijdiger en gezonder maken.

In een grote en complexe organisatie kan deze werkzaamheid leiden tot integratie bij een uit de hand gelopen differentiatie en tot verhoogde ontwikkelingsefficiëntie.

In ieder geval leidt het vaststellen van een veelbelovende ‘last’ binnen het bedrijf tot een onderzoek. Samen met de hb-er wordt onderzocht wat die aan latente mogelijkheden voor het bedrijf in zich draagt. En samen met een eventuele mentor wordt gekeken naar de mogelijkheden, wenselijkheden en noodzakelijkheden om de capaciteiten van de hb-er in een vruchtbare vorm in te passen.

Zo transformeert uw lastige maar veelbelovende werknemers tot een lust voor uw organisatie. Uw organisatie krijgt de kans om intenser te gaan leven.

Het Huis van Marco Polo: Lisette ter Heerdt en Jan Goorissen zijn coach en mentor voor XI-mensen die willen leren alleen, samen en voor de wereld betekenisvol te zijn. www.huisvanmarcopolo.nl

HB en EGO

HB en EGO

Het zou fijn zijn om te weten wat ego is, dat besef van er te zijn met de begeleidende gevoelens van waardering, hoop, afkeuring, zelfhaat en euforie….

We beschouwen het als een construct in ontwikkeling dat het vermogen heeft zichzelf steeds te presenteren alsof het ‘al af’ is.

Met dat presenteren bemoeilijkt ego het zicht op je eigen persoonlijke werkelijkheid die er toch meer zou uitzien als een haveloos bandje in een ondergrondse garage met weinig licht en teveel geluid, met hoop op beter. Dit in plaats van de veronderstelde ereplek op het feestdiner van de oppergod.

Wat nu?

Is het echt zo slecht gesteld met jou? Mmmm, nee hoor, maar als ego niet genoeg en voortdurend intens bevestigd wordt dan presenteert het zich als een wrak dat in een natte grot leeft en de overblijfselen van wat anderen over hebben moet eten. Kortom, een teruggetrokken zielenpoot. Ego heeft ons erg vaak aan het lijntje, en wij, wij zijn de enthousiaste maar ietwat suffe honden. Zo kunnen we een heel leven doorsnuffelen op zoek naar zin en bevrijding, en ego mikt wat kluiven in ons bakje; kluiven die ruiken naar vrijheid.

Wij hebben oplossing! (zei ego tegen me).

Nee, een makkelijke oplossing van deze spagaat lijkt er niet te zijn, wel een rigoureuze maar langdurige.

Volgens de publiciste Karen Armstrong zijn mensen al vele duizenden jaren geleden begonnen met het ontwikkelen van methodes en levenswijzen om het egoprobleem aan te pakken.

In een zich ontwikkelende beschaving differentieert de bevolking zich en gaan mensen specifieke vaardigheden ontwikkelen die niet direct nut hebben voor de stam, dorp, groep. Een van deze differentiaties is het pad van de innerlijke ontwikkeling, het pad van bewustzijn. Ego en bewust zijn kun je beschouwen als tegenpolen, waarbij de wens om te ontstijgen aan de bipolaire egodwang een positieve motor is, en het ego de stem van de twijfelaar, de neen-zegger.

De hoogbegaafde staat vaak voor een moeilijke klus, want deze merkt ook wel dat sommige dingen beter verlopen dan bij anderen. Het egoconstruct fluistert ons dan een opgezwollen borst in, of juist een bevel om toch maar vooral ‘normaal’ te doen. In dit geval leidt normaliteit tot innerlijk verval, en de hoog geheven trotse borst tot sociaal isolement.

Eenzaamheid leidt tot het scheppen van een individualiteit en dit draagt ego als een buidelkind met zich mee, een buidelkind dat uitgroeit tot een tirannieke stem in je tamelijk onbewuste Zijn.

Eigenlijk is Zijn ruimte… bewuste, geladen, creatieve en levenslustige ruimte. Het gaan verkeren in je ruimte is gebleken voor velen een angstwekkende ervaring te zijn… want ruimte is leeg, en leegte is een veeg teken en een bedreigende situatie (voor ego).

Ego is als het ware de tweede identificatie. De eerste is het huis van de ouders, de tweede is wie je gelooft zelf te zijn. De derde identificatie is juist het loslaten van identificatie, van hechting aan het vaste en het zekere. Daar kruipt angst in je systeem van zijn, want wie ben je nog zonder een vast identificatiepunt?

In het boek ‘gesprek met de engelen’ schrijft auteur Gitta Mallasz: ‘Alleen de eenzamen hebben namen…’ namen zijn in zekere zin identificatiemodellen. De taak is dus om naamvrij te worden.

Wijsheidsleraren door de tijden heen hebben hun leerlingen steeds methoden aangereikt om tot desidentificatie te komen, onthechting. Wijsheid en geluk zijn geen bereikbare doelen maar ontstaan ‘vanzelf’ in de ruimte van het tot besef komende bewustzijn. Er ontstaat Vervulling. Niet Invulling.

Ego is nauw verbonden met het rationele vermogen, stuurt de analyse aan, is de scherprechter van de twijfel, de verdoemer van alternatieve denkbeelden, en is als zodanig ongeschikt om op zichzelf te reflecteren. De ratio als kenmiddel is polair -het één of het ander- en hoogstens driehoekig, als in de dialectische kennismotor. De ruimte is uiteraard tenminste drie dimensies. Niet zozeer een matrix als wel een Continuüm. Dit Continuüm is datgene dat Buckminster Fuller ‘Universe’ noemde. In het Huis van Marco Polo gebruiken we het beeld van de koepel (dome) als voorstellingsbeeld voor het 3D bewustzijn. Het is tevens het uitgangspunt voor het werk in het Huis.

Waarschijnlijk hebben veel lezers hier al het punt bereikt van degene die een Ikea-kast in elkaar moeten zetten en zien dat er schroefjes ontbreken. Hoe moet je deze klus klaren?

Het kant-en-klare antwoord is natuurlijk om een betere kast te kopen, maar het meest waarschijnlijke is dat een Marco Polo-achtige reis vereist is om hier verder mee te komen. De hoogbegaafde is hier niet persé in het voordeel omdat die vaak gewend is aan leerSPRONGEN, in plaats van een incrementeel verwerven, en dan pas te kunnen springen. Om stapje voor stapje verder te komen is geduld nodig, vaak niet de meest voor de hand liggende eigenschap van de hoogbegaafde. Hier komen de begeleiders tevoorschijn, de ‘groeibuddies’ die in werkelijkheid geduldleraren zijn. Dus het juiste tempo kiezen, geduld oefenen, en ondertussen klaarwakker blijven…. Er zijn er die voor minder de handdoek in de ring hebben gegooid. Taak is om het vliegende en steigerende, schoppende paard van ego te tomen, en te leren in jouw dienst te werken. Dat intomen werkt als een katalysator en maakt dat het proces ook vreugdevol kan zijn.

Een manier om dat paard bij de manen te vatten en een toom aan te binden is het zorgvuldig invullen van ons reflectiemodel. Als je een mailtje stuurt naar huisvanmarcopolo@gmail.com dan sturen we het wachtwoord. Invullen kost een aantal uren, omdat je op een ruimtelijk manier naar je eigen gedrag, verschijning en zelfkennis moet kijken.

Fijn dat je tot hier hebt doorgelezen. Als je een poging wilt wagen klik dan op de mail-link of kom naar een huiskameravond. Meteen deelnemen aan een werkplaats mag natuurlijk ook.

Mentorschap

Hier volgt een gedeelte van een artikeltje The importance of Mentors, naar Metros en Young, 2006.

Mentorschap is een professionele activiteit, een op vertrouwen gebaseerde
relatie vanuit een echt gewilde toewijding. De oorsprong van mentorschap
kan worden herleid tot het oude Griekenland als een manier om jonge mensen in te leiden in het ontwikkelen van sociale, spirituele en persoonlijke waarden.
Een heel belangrijke stap in het ontwikkelen van een werkrelatie tussen mentor en mentee is het onderzoeken van concrete leerdoelen.

Verder ontwikkelt de mentor een aantal beroepshoudingen:

  • Streef naar win-win;
  • Wees vertrouwd en vertrouwelijk – houd geheim wat nog niet aan het daglicht wil treden;
  • Wees toegewijd eerlijk;
  • Luister en leer;
  • Bouw een op gelijkwaardigheid gebaseerde werkrelatie op;
  • Leid door voorbeeld te zijn;
  • Wees buigzaam.

Verder is er inzicht ontwikkeld in typen van mentorschap – of de rollen daarbinnen:

  • De wijze leider
  • De Levenscoach
  • De Leraar
  • De Peer mentor
  • De Vertrouwenspersoon
  • De zelfhulp mentor (mentorschap m.b.v. literatuur en andere kennisbronnen)
  • De Innerlijke Mentor – de innerlijke stem die vanuit intuïtie oproept om levenservaring gestalte te doen krijgen in persoonlijk leiderschap

Persoonlijk leiderschap is het ultieme doel van het werken in het Huis van Marco Polo. Dat bereikt hebbende laat je beschikken over je innerlijke bronnen, je vermogen om relaties aan te gaan en inzicht in de omvang van je talenten en in de wil om daar ten behoeve van de wereld iets mee te doen.

Luister naar een stuk dat Jan Goorissen inspeelde op zijn elektrische viola da gamba (Ruby Gamba)

Eeuwige zoektocht?

Door: Lisette ter Heerdt, Jan Goorissen

Kenmerkend voor veel hoogbegaafden is dat ze met een eeuwige zoektocht bezig zijn naar zichzelf in relatie tot hun omgeving. Juist de intensiteit van het zoeken en de soms wat moeizame interactie met sociale omgevingen, maakt het emotioneel moeilijk voor hoogbegaafden.

Kenmerkend is de intensiteit van dit zoeken, niet zozeer het zoeken zelf, dat doen in beginsel alle mensen wel. In dit tweede artikel over hoofdbegaafdheid hebben wij onszelf geïnterviewd aan de hand van vragen die te maken hebben met het ‘zoekende wezen’ van de hoogbegaafde.

Met dit dubbelinterview hopen wij u inzicht te geven en het voor u invoelbaar te maken waar mogelijke aanrakingspunten zijn met hoogbegaafden in een organisatie.

Waar zoek je naar?

Jan: Ik zoek naar mogelijkheden om via samenwerking tot – in mijn visie – essentiële kernen te komen van ons menselijk bewustzijn. Onderliggende structuren (bijvoorbeeld wij-bewustzijn, of superego-bewustzijn) zijn daarbij belangrijk, het delen van individuele ervaringen en hypothesen over niveau’s van bewust zijn, en het komen tot expressie in de vorm van kunst, filosofie, beeld of sociale vernieuwing. Dit zoeken is voor mij van enorm belang. 

Ik heb het gevoel dat ik eigenlijk een grote zoekmachine ben, heel intens bezig met het doorzien van oppervlakte (de verschijningsvormen of gebeurtenissen) om de grote lijnen te kunnen zien en in die grote lijnen superstructuren en ‘taal’ (Worden in ruimte en tijd ordeningen zichtbaar, en gebruiken die ordeningen vormen van taal? Misschien beeldtaal, of het in groepen mensen delen van life-events.)

Voor mij is het van belang om dit ‘taalniveau’ te kunnen benaderen, omdat het me een gevoel van identiteit geeft in een wereld waarin ik als ‘oppervlaktewezen’ slechts amechtig naar adem kan happen in de waan van de dag.

Lisette: Mijn zoektocht gaat over de zin van bestaan. Wat doe ik hier? Wat is mijn doel? Wat geeft mijn leven zin? Daar zoek ik naar.

Wat maakt die zoektocht zo essentieel?

Jan: Voor mij zit de lol in het leven in de mogelijkheid om te kunnen zoeken, om anderen te vinden die mee willen zoeken en om ‘producten’ te ontwikkelen die voor anderen zinvol zijn. Als dat niet lukt – en dat is vaak zo – dan kan ik me heel eenzaam voelen, nutteloos, onvruchtbaar en overbodig. Dat is soms een harde noot om te kraken!

Lisette: Deze zoektocht is zo essentieel, omdat een leven zonder inzicht in mijzelf en anderen, een leven waarin ik niet zou kunnen groeien als mens voor mij geen leven is.
Op het moment dat ik blokkeer, niet weet hoe te handelen, raak ik vermoeid en ervaar ik gevoelens van depressiviteit. Op het moment dat ik tot inzicht kom, gaat de energie weer stromen. Bij alles wat ik doe stel ik vragen, bij alles wat anderen doen ook. Ik kan me niet voegen omdat het gewoon zo hoort. Waarden en normen, allemaal bedacht door mensen en verschillend per land, cultuur, geloofsovertuiging en door de eeuwen heen.
Maar waarom hebben we al die gedragsregels in het leven geroepen? Wat zorgt ervoor dat wij mensen zoeken naar houvast in vastgelegde regels? Wat betekent dit voor het individu, voor persoonlijke groei, welzijn, zingeving?
Ik kan niet leven zonder deze vragen, omdat ze bij me horen, ze me helpen de weg naar mezelf te vinden, het kritiekloos volgen van de massa voor mij is als het opgeven van mijn zijn, omdat ik deze zoektocht nodig heb om te leren verbinding aan te gaan met mijn omgeving.

Wat was het eerste moment dat je wist dat je zoekend was?

Jan: Ik realiseerde me onlangs ineens dat ik bij mijn geboorte, die nogal moeilijk was, moet hebben gevoeld: “O wee, ik moet er nu echt aan gaan beginnen…” Dat heeft gemaakt dat ik me een buitenstaander voelde op zoek naar verbinding. Ik zocht naar dingen die me zouden gehoorzamen bijvoorbeeld, en was uitermate teleurgesteld toen een grote dikke melkfles die ik op de stoep smeet – ik was toen vier jaar – niet kapot ging.

Grip krijgen op de weerbarstige werkelijkheid, vooral als die vluchtig is, was voor mij “a hell of a job”. Vasthouden aan een bepaalde interpretatie, in een geloof, of in atheïsme, filosofisch monisme of politiek eenrichtingsdenken was voor mij geen optie: pluriformiteit, twijfel als grondslag voor verder zoeken, ruimdenkendheid zijn centrale houdingen. Deze houdingen geven overigens wel aanleiding tot nieuwe eenzaamheid, want waar hoor je nou bij?

Lisette: Al heel jong, toen ik nog kleuter was, had ik dromen over verdwaald zijn. In mijn onderbewuste was ik al zoekend. Ik werd me bewust van mijn zoeken in de basisschoolperiode. Ik begreep weinig van pesterijen, kerkbezoek van mensen die niet leefden naar de boodschap waar ze voor kwamen. 

Ik zocht toen al naar mijn plaats in deze wereld en verklaring voor gedrag van mijzelf en anderen. Ik herinner me ook dat ik, toen ik een jaar of negen was, mijn spiegelbeeld maar vreemd vond. Mijn beeld van wie ik van binnen was klopte niet met dat wat ik zag. Ik voelde me ouder dan leeftijdgenoten. Dat straalde ik blijkbaar ook uit, want ondanks mijn voorkeur voor klassieke muziek en mijn stille aanwezigheid, werd ik niet gepest en zochten juist de kwetsbaren een veilige haven in mijn nabijheid. In de puberteit werd ik ook door de populaire jongeren uitgenodigd op feestjes.

Zijn er fases te onderscheiden in je zoektocht?

Jan: Fases vind ik moeilijk te onderscheiden. Het beeld is eerder dat van een eindeloos aantal drukgangen met steeds nieuwe kleurschakeringen, waardoor pas na vier tot vijf decennia een afbeelding zichtbaar wordt die betekenisvol is. Ik hoop dat aan het eind van mijn leven de afbeelding voltooid is!

Fases onderscheiden of interpunctie aanbrengen, kan op een paar manieren: lineair – zoals je kunt lezen bij het antwoord van Lisette – of cyclisch, waarbij je hetzelfde cirkeltje steeds opnieuw doorleeft maar dan op een ander niveau. Hierbij is belangrijk dat je allereerst ontdekt dat wat hetzelfde lijkt niet hetzelfde hoeft te zijn. Wakkerheid is nodig.

Een derde manier is het leven bekijken als een stapeltje dia’s die elk een deel bevatten van de ‘blauwdruk’. 

Door ze op elkaar te leggen in het juiste licht verschijnt er een zinvol beeld. (Denk aan schatzoekverhalen en uiteengescheurde landkaarten, waarbij de delen op verschillende te ontraadselen plaatsen verstopt liggen.)
Lisette: Ik denk dat er verschillende fasen te onderscheiden zijn.
– De fase waarin het zoeken zich in mijn dromen afspeelde.
– De fase van de eerste bewustwording, de basisschoolperiode.
– De puberteit, waarin ik actiever op zoek ging, van vriendengroepen wisselde, met kleding experimenteerde, vriendjes, gedemotiveerd raakte voor het onderwijs zoals dat op de middelbare school gegeven werd en zocht naar een opleiding die voor mij meer zin had. Een opleiding waarbij het ook ging om wie ik was in relatie tot anderen, niet alleen om het scoren van voldoendes voor opgedane gereproduceerde kennis waar je misschien wel nooit meer iets mee zou gaan doen.
– De periode van jongvolwassenheid, waarin ik zocht naar mijn plek in de ‘werkende maatschappij’ en het burgerlijke bestaan. Trouwen, kinderen krijgen en ervaren dat de plek die ik in was gaan nemen niet mijn plek was. Teveel aangepast, te weinig mezelf. Zien dat anderen minder vragen stelden en volgzamer waren. Een periode waarin er voor het eerst ruimte kwam voor verdriet en frustratie en de behoefte aan een meer actieve, assertieve manier om mezelf te laten zien. De periode waarin ik me bewust werd van de plek die ik mezelf had toebedeeld en de behoefte aan verandering.
– De periode van volwassenheid, waarin ik voor het eerst echt actief het leven ging ervaren. Niet als observant, stille deelnemer, maar meer op de voorgrond. Een periode waarin ik experimenteerde met voor mezelf opkomen, mijn mening geven, ruimte opeisen. Een periode waarin ik ontzettend veel fouten heb gemaakt, maar ook heel veel heb geleerd. Een periode waarin mijn frustraties om de in mijn ogen onnadenkendheid van anderen hoogtij vierden. Waarin ik zocht naar verbinding, maar door onvoldoende inzicht in mijn eigen plaats, mijn rol, mijn kracht en kwetsbaarheden, te krampachtig probeerde anderen in beweging te brengen. Waarom begrijpen ze het niet? Dat was de centrale vraag van deze periode.
– De periode waar ik nu in zit (40+). Een helderheid in voelen, een warboel soms nog in handelen of emotionele uitingen. Een bewustzijn van mijn plek op deze wereld, confrontaties met mijn leerpunten en mijn kracht. Een fase waarin ik besef dat ego steeds minder belangrijk wordt. Waarin ik zoek naar de kracht om vanuit liefde en compassie te leven. Op de momenten dat dit lukt, ervaar ik dankbaarheid en ruimte, waardering en voldoening. De fase waarin ik weet dat mijn zoektocht ergens eindig mag zijn.

Waar hoop je op uit te komen?

Jan: Ik hoop er op uit te komen dat een paar anderen zich geraakt voelen en weten door wát ik heb gezocht en mijn verslag daarvan, en op basis daarvan voor zichzelf iets beter weten waar zij kunnen zoeken.

Lisette: Ik hoop dat ik, straks op mijn sterfbed, geleerd heb wát ik wilde leren, alle kansen gegrepen heb en in vrede met mezelf en mijn dierbaren mijn ogen kan sluiten. Dat de zoektocht naar de betekenis van mijn aanwezigheid hier en de kans die ik had om dit waar te maken, optimaal is benut.

Heb je een advies voor andere zoekers?

Jan: Op de eerste plaats: nooit opgeven. Net als in grote epi betekent dat wát gebeurt altijd meer in het licht van de grote zoektocht, dan hoe het zich als eerste ervaring voordoet. (“There is more than meets the eye”).

Op de tweede plaats: blijf doorvragen. Dat hoeft niet met woorden, maar kan op alle denkbare en ondenkbare manieren. Vragen kan actief en ook ontvangend: ondervragen (en daarbij soms overvragen) en ook luisteren (toehoren), waarbij het van belang is om de ‘taal’ van het andere te leren.

Op de derde plaats: wees je ervan bewust, dat in het zoekproces je identiteit steeds andere vormen kan aannemen. Dat te accepteren en in de onderstroom een besef van continuïteit te behouden, leidt tot een ‘behouden vaart’.

Lisette: Er zijn momenten waarop je het leven als zwaar zult ervaren. Zolang je durft te blijven kijken naar jezelf, kritiek kunt ontvangen, hulp durft te vragen en in beweging kunt blijven, is er groei mogelijk. Ieder moment van nieuw inzicht is een verrijking en helpt je bij de volgende stap. De pijn hoort erbij, accepteer het als een onderdeel van je groeiproces. Observeer het en kijk wat je nodig hebt om een volgende stap te kunnen gaan zetten. Zoek de oplossing niet bij de ander, maar in jezelf. Heb geduld met jezelf en je medemens. Overwin je angsten, het is het waard!

Het Huis van Marco Polo: Lisette ter Heerdt en Jan Goorissen zijn coach en mentor voor XI-mensen die willen leren alleen, samen en voor de wereld betekenisvol te zijn.
www.huisvanmarcopolo.nl

Dit artikel is eerder verschenen in BG-Magazine

Ontredderd in transitie

Ontredderd in transitie Jongvolwassenen op de rotonde

In het Huis van Marco Polo merken we regelmatig op dat jongeren, VO-diploma op zak en blij van school af te zijn geen idee hebben wat zij verder willen. Soms wordt een aantal studies geprobeerd maar ook weer losgelaten wegens gebrek aan innerlijke weerklank. De ontreddering die hiervan het gevolg kan zijn beschouwen we als niet-pathologisch, alhoewel het gedrag als erg zorgelijk kan worden ervaren door ouders, en andere opvoeders, geliefden. Speciaal bij HB-jongeren zal de ontreddering intens worden ervaren, gezien de grote gevoeligheden en het vermogen sterk extrapolerend de toekomst te conceptualiseren. Sterke gevoelens van falen, ontoereikend zijn, ongeschikt voor het leven.

In het mentoraat staan we voor de taak om perspectief te geven in deze transitie. Hier kunnen we de hulp inroepen van de wereldliteratuur uit alle tijden.

Voorbeelden zijn legio en te vinden in het werk van Goethe (Wilhelm Meister), Steinbeck (Catcher in the Rye), Tolkien (De Hobbit), J.K. Rawling (Harry Potter), Hermann Hesse (Narziss und Goldmund), Mark Twain’s Huckleberry Finn, Homerus’ Odyssee, James Joyce’s Portrait of the young artist as a young man….

Al vaker is de transitieperiode van adolescentie naar jongvolwassenheid een ‘coming of age’-proces genoemd. De toestand van de zich ontvouwende jongere in dit stadium wordt ook wel de liminale fase genoemd. (Op de drempel van het bewustzijn, tussen twee duidelijke toestanden in). Dabrovski noemt het proces positieve desintegratie. Positief, omdat het proces van uiteenvallen en weer tot integratie komen kan leiden tot een herintegratie op een hoger (meer complex) niveau van functioneren. Het eigenlijk integreren gebeurt uiteindelijk in het brein (sommigen zouden hier ziel zeggen) van de zich ontwikkelende mens. De ervaringen die hieraan ten grondslag liggen zijn zowel universeel als hyperpersoonlijk. Universeel omdat de ervaringen van innerlijke groei latent in elk mens aanwezig zijn, persoonlijk omdat de directe aanleiding tot de ervaring sterk cultureel bepaald is, en ook qua dynamische ambitus afhankelijk is van de persoonlijkheid en de emotionele diepgang van de betrokkene.

Ontreddering kan optreden als de liminale fase verstoken blijft van richtinggevende structuren vooraf, en eventueel tijdens het transitieproces. Als de jongere geen idee heeft (letterlijk) waar zij/hij doorheen gaat en waar de verschillende gevoelens, overwegingen, wils-impulsen vandaan komen dan kan het heel moeilijk zijn om een weg te vinden in het spirituele ‘bos’. Het was niet zomaar dat Dante in zijn Goddelijke Komedie’ een mentor koos: Vergilius, de Romeinse dichter uit de eerste eeuw. Hij leidde Dante rond door de onderwereld, het vagevuur en de hemelen en kon een bedding geven voor diens ervaringen.

Belangrijk is dat Dante Vergilius al kende en erkende voordat hij in de ontregelende ervaring stapte van de onderwereld. Dit ‘al kennen en kunnen vertrouwen’ op de begeleider is daarom belangrijk omdat dit een rustgevend anker vormt in de ongeschonden werkelijkheid.

De mentor werkt in zekere zin als een ‘attractor’ voor de mentee: deze kan herkennen dat de mentor de ervaring al heeft doorleefd, en vertrouwen heeft in een goede uitkomst. Ontreddering komt voort uit een gebrek aan structuur, en een gebrek aan structurerende rituelen. Spirituele orde is als een soort huishouden, dat onderhouden moet worden. Anders lijkt het op een prachtige keuken op een open vlakte waar zomaar een kudde gnoes doorheen kan trekken: ontredderende puinhoop. Je zou kunnen zeggen dat ‘leren huishouden’ een mogelijkheid biedt ontreddering weer tot vorm te laten komen. Dit huishouden kan ook letterlijk huishouden onderhouden betekenen, maar ook het doen van gewaarzijnoefeningen, het elke dag schrijven in een dagboek, of het elke dag tekenen van een aantal portretten, of het elke dag studeren op een muziekinstrument, of afwassen… (mmm). Eigenlijk steeds iets doen dat niet onmiddellijk zin heeft, maar dat je gewoonweg wilt doen. Heroriëntatie op je levensweg vanuit de ontreddering begint bij de kleine orde, de innerlijk besluitvaardigheid om dagelijks een taakje te doen, los van de noodzaak of zin hiervan. Dit vormt het stokje in de tollende suikers waardoor zich een suikerspin kan opwinden. Jongeren zoeken de oplossing vaak in het ontwikkelen van grote perspectieven, zonder te hebben geleerd hoe de eerste stap gezet wordt. (Dit kan overigens decennia duren weet ik uit eigen ervaring). Die eerste stap is een heel belangrijke stap, tenminste als er nóg één op volgt. Terugtrekken na de eerste stap en dan wat anders proberen op die rotonde kan leiden tot bijna permanente besluiteloosheid… De eerste/ tweede stap op een gekozen weg leidt uit de ontreddering….

Karel heeft van jongs af aan de sterke intuïtie gehad dat hij mensen in nood wil helpen, graag in het groot. Hij ziet dat dat kan door militaire assistentie, ontwikkelingshulp, medisch ondersteunen… maar hij kan zich in geen van de beroepen vinden die leiden tot het daadwerkelijk steun gaan verlenen. Eigenlijk weet hij niet op welk niveau hij wil helpen. Hij kent zichzelf nog niet genoeg om dit uit te kunnen zoeken. Om zijn ware missie te vinden zal hij waarschijnlijk eerst een aantal jaren ervaring op moeten doen om de dynamiek van zijn leven te leren kennen. Wellicht zelf een paar decennia van twaalf ambachten en 13 ongelukken, als een soort Wanderjahre… hoe groter het ideaal hoe meer ervaring er voor nodig is om het te realiseren (uitzonderingen daargelaten). Reve zei tegen een nog jonge geliefde die met hem leven wilde dat hij eerst nog 7 jaren moest rondhoereren. Dat is een typische mentoropmerking, en getuigt van wijsheid en inzicht in de noden van een jongvolwassene!

We hebben ontdekt dat de jongere het behulpzaam vindt als wordt gevraagd: “ben je bereid om de stem van je innerlijke leiding een tijdje in handen te geven van je mentor?” Dat geeft de mentor toestemming om te leiden, te adviseren, vragen te stellen, bedding te suggereren, het grote verhaal in contour te zetten.

Leve de ontreddering,

leve het schijnende licht

dat opvlamt in het donker.

Talent ontwikkelen, wat is dat eigenlijk?

Talent ontwikkelen. Wat is dat eigenlijk?

En hoe doen we dat in het Huis van Marco Polo?

De Duitse cultuurfilosoof Jean Gebser (1905-1973) formuleerde een ontwikkelingsmodel waarin een systeem (mens, groep, samenleving) steeds van latentie via potentie en expressie uiteindelijk in deficiëntie belandt. Je kunt hier het bloeivermogen van een bloem in zien. Talent kun je beschouwen als de kracht die zich via de stengel in de bijzondere bladvorm van de bloem openbaart (de oude Grieken noemden dit zich openbaren van kracht energeia). Analoog hieraan kun je de latente mogelijkheden van een mens (zich kenmerkend door intelligenties, intensiteit, toewijding, drive, compassie, inlevingsvermogen, doorzettingsvermogen, discipline) beschouwen als krachten die zich openbaren, of manifest worden.

Af en toe gaat dit openbaren vanzelf, indien de omstandigheden juist zijn: omgeving, voeding, stimuli.

Zo zijn er hoogbegaafde kinderen die moeiteloos hun schoolloopbaan doorlopen, genieten van studeren, vrienden hebben en waarbij er geen enkele zorg is over het wel of niet tot bloei komen van talenten. Opgroeien en leren lijken als vanzelf te gaan. Omgeving, voeding, stimuli zijn in de juiste mate aanwezig om de talenten in het hoogbegaafde kind tot bloei te kunnen laten komen.

Naarmate de ontwikkeling meer moet gaan aansluiten bij wat de buitenwereld in het algemeen vraagt gaat dit openbaren minder vanzelf, en soms helemaal niet meer vanzelf – dan is het belangrijk dat je als mens een intrinsieke motivatie tevoorschijn roept: hierbij is van essentieel belang dat je je niet meer richt op de vraag: “waarom zou ik dit doen?” maar je gaat richten op de vraag: “WaarTOE zal ik dit gaan doen?”

De eerste vraag heeft te maken met je achtergrond, met de wetten waaruit je voortkomt; de tweede vraag heeft te maken met de kwestie van je aanwezigheid op aarde: wat kom je hier doen?

De behoefte aan autonomie is bij hb-ers sterk aanwezig. In een omgeving waarin ‘wetten’ een duidelijke rol spelen en een hb-er zichzelf onvoldoende herkent kan hij gaan rebelleren of ander problematisch gedrag gaan vertonen. Soms erg lastig voor de omgeving, soms vooral lastig voor zichzelf, maar altijd als signaal dat er iets niet goed gaat.

Wanneer we van kinderen vragen een bepaalde methode te volgen om tot een oplossing te komen, denk bijvoorbeeld aan het automatiseren van de tafels, dan zijn er kinderen die zo handig kunnen rekenen dat ze niet begrijpen waarom ze zouden moeten automatiseren. Ze komen toch tot een oplossing? Ook regels om de regels is iets waar hb-ers veel moeite mee hebben. Een regel, afspraak moet een doel dienen. Als dit doel niet helder is of niet overeenkomt met het doen dat de hb-er voor ogen heeft ontstaat er frictie. De zin van de dingen die je doet is van essentieel belang.

Wij gaan het gesprek over deze ‘wetten’ niet uit de weg. Bewustwording van de functie van deze ‘wetten’ helpt de eigen plaats hierin te bepalen.

Mariska is 10, hoogbegaafd en dyslectisch maar de jaren die zij doorbracht op de basisschool nooit aangesproken op haar talent, slechts geconfronteerd met de beperkingen in haar lees- en taalontwikkeling. Zij heeft geen idee waarvoor zij leert, het doel van iedere les, ieder vak en de hele schoolgang ontgaat haar. Het gewone leven speelt zich thuis af, daar waar zij zichzelf kan zijn. We gaan kijken wat zij nodig heeft om weer gemotiveerd te kunnen raken. Kunnen we door haar inzicht te geven in het doel van onderwijs en haar persoonlijke leerdoelen weer motiveren voor het reguliere, vrij traditionele onderwijs. Of heeft zij behoefte aan een onderwijsvorm waarin er veel meer ruimte is voor haar behoefte aan autonomie? In beide gevallen hebben we haar nodig en nemen we haar mee in dit leerproces. Want alleen als zij zelf tot inzicht komt kan zij de motivatie vinden het pad te gaan dat bij haar past.

Talent draagt de belofte in zich dat je een persoonlijke uitrusting hebt die je geschikt maakt om ten uitvoer te brengen wat je als mens hier komt doen, en dit op meerdere niveau’s tegelijk. Talent ontwikkelen draagt bij aan het vermogen om je taken uit te voeren, ook al zie je die taken nog helemaal niet voor je. Soms moet je gewoon vertrouwen op wat de wereld voor je in petto heeft.

Zo was er een elfjarige die zich afvroeg wat hij hier kwam doen. Hij durfde letterlijk de stap op de wereld niet met overtuiging te gaan zetten omdat hij zocht naar het doel van zijn aanwezigheid hier. Die zekerheid kan hij echter alleen maar verkrijgen door het leven aan te gaan en gaandeweg te ontdekken wat dat doel is.

Al doende kunnen we gaan ervaren waar talent ligt. In de begeleiding van hb-ers is het belangrijk aandacht te hebben voor deze zijnsvragen en ze te helpen dit voor hen zo essentiële leerproces aan te gaan omdat het de basis is waarop zijn aanwezigheid hier rust. Alleen aandacht geven aan de ‘wetten’ zal misschien tijdelijk iets oplossen. De hb-er die echter worstelt met ‘zijn’ zal vroeg of laat hier toch weer met vragen komen. Het helpt wanneer er in de begeleiding ruimte is voor spiegeling en confrontatie met die zijns vragen. Alle emoties die hierbij aanwezig zijn mogen benoemd en gekend omdat alleen dat wat gezien kan worden ook beïnvloed kan worden. Wegdrukken (de bekende bal onder water) heeft geen zin en leidt slechts tot explosies die niets positiefs brengen. Aanvaarden helpt om ermee aan de slag te kunnen gaan.

Mariska is boos op de leerkrachten die haar niet konden zien en haar eenzaamheid en frustratie gevoed hebben. Ze heeft dit gevoel ver weg gedrukt en oogt emotieloos als ze erover praat. Net zo emotieloos als ze over de hele schoolgang praat. Maar die woede komt soms naar buiten, op onverwachte momenten, als een explosie van onmacht. Ze mag leren deze emoties te aanvaarden als de pijn die daar hoort waar die veroorzaakt is. Uiten en opruimen zodat langzaamaan de scherpe kanten van dit verdriet kunnen slijten en ze niet bij nieuwe frustraties de ballast van het verleden nog meedraagt

Als je niet durft te vertrouwen dan bemerk je het tweede domein van je ontwikkeling: het 1e domein is de energeia in jezelf; het 2e domein is de energeia in de samenwerking met de Ander.

Een initiële kwestie in dit samenwerken is angst. Angst is de zeer diep gewortelde neiging van je bewustzijn om het onbekende te vermijden teneinde te overleven. Angst overstijgen doe je door de brug over te gaan naar de Ander. Denk aan de film Indiana Jones and the last Crusade waarin de laatste stap van Indiana naar de Graalburcht inhoudt dat hij vrijwillig in een afgrond stapt. Hij vertrouwt op de aantekeningen van zijn vader en hij stapt op een onzichtbare brug. Die brug is een symbool voor de ultieme overtocht naar de Ander.

Het ontwikkelen van talent is niet los te zien van de ander, en, sterker nog, is van die Ander volkomen afhankelijk als het gaat om het tot volle wasdom brengen van je talent ten behoeve van de samenleving. Hiermee beland je in het 3e domein: de energeia in het dienen van project Aarde. Dit project is (naar ons weten) voor het eerst bewust geformuleerd door de Amerikaanse uitvinder en designer Buckminster Fuller die zo rond zijn 30e levensjaar ontdekte dat het hogere doel voor zijn talenten was het handelen in relatie tot het leren overleven van de mensheid op Spaceship Earth. (Dit was in de jaren ’20 van de vorige eeuw). Zijn visie was de relatie te tonen tussen de mens en het universum (of zoals hij het noemde Universe, alsof dit een intelligentie was), en de noodzaak om een technologie te ontwikkelen die, de natuurwetten volgend, ons als mensen in staat zou stellen om steeds meer met steeds minder te doen. Ephemeralization noemde hij dat: het langzaamaan oplossen van het materiële in het structurele.

Uiteindelijk kon Fuller zijn volledige, enorme, talent dienstbaar maken aan het project van zijn leven. Fuller moest hiervoor echter door een doodsmoment heengaan. Veel zeer begaafde mensen kennen dat moment, als voorstadium van het komen tot een echte en overtuigende beslissing over hun eigen leven. Sommigen noemen het de “donkere Nacht”, anderen de “Crisis”… hoe dan ook, het lijkt een belangrijke bijdrage te leveren aan het ontwaken van je innerlijke vuur.

Een burnout, depressie, ernstige ziekte, ontslag, verlies van dierbaren, het zijn momenten die ons raken in ons mens zijn. Momenten die ons helpen ons leven te bezien en te reflecteren op dat wat was. Ze helpen ons keuzes te maken, veranderingen aan te gaan, groei een kans te geven. Je kunt je er door laten ontmoedigen, maar je kunt er ook moed uit halen, er kracht in vinden om de weg naar het ontwikkelen van jouw talent werkelijk te gaan lopen. Wij gaan op zoek naar de boodschap die in dit lijden verborgen zit.

Een hb-er die vooral leert vanuit ervaring en daarbij zijn intuïtie gebruikt wil in onze maatschappij nog wel eens de weg naar zichzelf kwijtraken door het belang dat aan ratio wordt gesteld. Iets is pas wáár als het wetenschappelijk bewezen is en jij minstens een zeer goed onderbouwd argument hebt vanuit die wetenschap om je mening te staven. Niet zelden raken deze hb-ers in een depressie omdat ze juist hun grootste bron van wijsheid negeren. Hoe ga jij je talent inzetten in een wereld die andere kennisbronnen aan lijkt te boren? Het lijden leidt zo tot reflectie en onderzoek.

Het komt voor dat je als begaafd mens terugdeinst voor de kracht, en teleurgesteld raakt, angstig, wanhopig, cynisch, of afgesloten wraakzuchtig… Het is een verglijdende schaal waarin de creatieve krachten zich gaan richten op destructie. Ook dit is een doodsproces, dat niet zelden leidt tot echt fysiek sterven.

Het Huis van Marco Polo biedt een omgeving waarin deze initiatieprocessen bewust kunnen worden ervaren, en geleefd. Wij begeleiden door af en toe een lampje op te steken om je te laten zien waarmee je ook al weer bezig bent: het ontwikkelen van je instrumenten om de wereld te dienen!

John Cage: preface to a Lecture on the weather (1975)

HB-er John Cage, uiterst sensitief componist, denker, en paddestoelenexpert, was bevriend met Buckminster Fuller en een groot bewonderaar van Henry David Thoreau and Ralph Waldo Emerson. Hij gaf een speech voor de eerste uitvoering van zijn Lecture on the Weather, gecomponeerd in opdracht van de CBS in 1976 ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan van de staat USA. In een typisch HB verhaal getuigt hij, net als Bucky Fuller over zijn geweldige betrokkenheid bij het project mensheid.

Lees hier verder: Speech John Cage 200

enige toelichting: klik

Een aantal artikelen uit externe bronnen

  1. IHBV-folder voor oudere HB-ers
  2. Artikel over HB en hoog-sensitief van de site nieuwetijdskind.com
  3. Vergelijkend onderzoek hoogbegaafde kinderen n.a.v. Schoolvragenlijsten, Teertstra, Wolzak, Blom, Welboren, 2008
  4. onderwijsaanpassingen voor hoogbegaafde kinderen (Radboud Universiteit 2004)
  5. Eerste hoofdstuk: Hochbegabte Kinder klug begleiten
  6. NW Mooij, T., Hoogeveen, L., & Driessen, G. (2007): succescondities voor onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen

 

Reflectie van Marc

Marc, 62 jaar oud, muziekleraar, vertelt over zijn leerproces

Persoon

Ik heb gedurende mijn leven al veel typeringen gehoord over mij als persoon (dat wat zichtbaar in de buitenwereld treedt: het masker, waar doorheen ik klink – per sonare.) Ik geef er een aantal: Leuk, niet lief; wijs maar opdringerig; een entertainer;een ziener; een dominante drammer; een taalvirtuoos; een helder denker; een luie donder; een verwaande kwast; een Einzelgänger; een inspirerende leraar; een teruggetrokken, ongeïnteresseerde buitenstaander; een knuppel-in-het-hoender‛-hok-gooier’; een provocateur; een grappenmaker; een zorgzame ondersteuner; een goede minnaar; een sloddervos; een vuilak in het huishouden; een ijdele narcist…… enzovoorts! Het is waar, ik ben dat allemaal en ook nog een zich diep schamende domoor, een onzeker kind; een bange looser; een blije geest; een depressieve kunstenaar; een improviserend kok; een charmeur; een hard-en-doodloper, een mens dat altijd openstaat voor nieuwe dingen, ideeën en ontwikkelingen! Maar wat betekent dat voor mijn persoonsprofiel als leraar? In ieder geval betekent de diversiteit van deze typeringen dat ik niet vanzelfsprekend kan uitgaan van de duidelijkheid van mijn communicatie. Te vaak is er verwarring over wat ik precies bedoel, moeten anderen gissen naar de precieze betekenis van mijn uitspraken, van mijn handelen, of dat wat ik nalaat te doen. Ik heb gemerkt dat anderen wel graag weten wat ik bedoel, omdat mijn communicatie vaak waardevolle inhoud heeft. Als al die typeringen personen zouden zijn is niet altijd duidelijk wie er aan het woord is, wie de constante factor temidden van al die beroepen, personages, stemmingen en uitspraken is. Een belangrijk kenmerk van mijn persoon is dat ik vaak verwarring sticht (naast de toegewijde, liefde volle en begrijpende aandacht..!). Dit is iets waarvoor ik erg op moet passen! Het is belangrijk voor mij om mezelf aan het handje te houden en me steeds af te vragen: is dit duidelijk, ben ik eenduidig genoeg voor de ander, of laat ik de ander in verwarring achter? In mijn leraarschap let ik nu inmiddels erg op mijn rol en op mijn communicatie, en moet ik mezelf vaak afremmen. Dit ervaar ik niet als beperkend, maar juist als een versterking van mijn kracht: in de beperking en de bundeling schuilt een duidelijk personage, dat anderen als steunend, inspirerend en helpend ervaren – zo is mij gebleken! Ik weet wel dat ik nog wel eens uit mijn rol val, en het communicatieve pad verlaat, maar door de effectieve reflectiemiddelen die ik vanuit het leerhuis van Marco Polo krijg aangereikt kan ik er nu naar kijken. Naast de verwarring die kan ontstaan als ik niet eenduidig ben (vaak als ik me niet prettig voel ineen situatie!) merk ik dat anderen het prettig en inspirerend kunnen vinden in mijn gezelschap. Ik ben in staat anderen bij de kern van hun vragen te brengen, soms ook bij de kern van wat zij als essentieel voor hen ervaren. Ik heb geleerd daarin erg bescheiden en terughoudend te zijn -dienstbaar. Wat ik hiervoor nodig heb in het samenzijn is een rustige omgeving, wederzijds vertrouwen, respect en ruimte en genoeg tijdruimte om de golven van verdicht begrip, stralende emotie en soms stuiterende kernkracht de kans te geven gestalte aan te nemen. 

Naar binnen: denken

Mijn denken is sterk gevormd door mijn beroep als musicus, mijn taalvermogen, mijn visuele in-stelling, mijn helderziendheid, en mijn belangstelling voor lateraal denken. Denken is lang mijn thuishaven geweest: waar voelen misschien een grotere kracht is, was voelen steeds te onveilig, te beangstigend. Mijn weerbaarheids- en zijns-mechanismen hebben zich sterk op het denken -en dan speciaal het visuele en het verbale- gericht. Ik heb in de loop van mijn leven concepten van werkelijkheid gecreëerd en overtuigingen (conserving agents) ontwikkeld die me sterk in een bepaalde richting hebben gestuurd. Ondanks mijn liefde en mijn vertrouwen voor de kracht van het denken heeft dit denken me ook ernstig om de tuin geleid: met hart en ziel heb ik geloofd en vertrouwd dat wat mijn denken me vertelde wel zou kloppen. In termen van de Leercirkel van Kolb: Ik heb tot stikkens toe gependeld tussen handelen en concluderen, zonder tot fatsoenlijke reflectie te komen. Nieuw handelen bleef gecensureerd worden vanuit de oude opvattingen: Koning Hoofd was een tiran geworden! Ik heb het leerhuis leren kennen als didactisch middel om de wetten van het systeem te leren ‘ondervragen’ en tot ontwikkeling te brengen. Denken ben ik meer gaan zien als een belangrijk vermogen in dienst van het meer omvattende kennen.

Het Voelen

Mijn coach/mentor maakte onderscheid tussen gevoel en emotie. Gevoel is het ontvangende, emotie het zich uitende. In voelen bevindt zich het waarnemen, het gewaar worden: er wordt iets bemerkt. De waarneming die wij ‘voelen’ noemen heeft een grote eigenaardigheid: zij is niet op iets gericht, maar is in wezen passief (als elk waarnemingsorgaan). Dat wat het orgaan treft is echter onwaarneembaar. Uit de kwaliteit van het gevoel kunnen we -moeizaam vaak- afleiden wat de ‘beweger’ geweest is. Hier kan men wellicht het woord energie ‘te hulp‛ roepen (gr: energeia – werkzaamheid, het handelen, de zich openbarende kracht.) – Aan het gevoel zou een energie ten grondslag kunnen liggen als beweger. Zo zou een gebeurtenis of een gedachte een energie bij zich dragen: een onwaarneembare component die bij de ontvanger iets doet bewegen en daarmee een gevoel veroorzaakt. Als men het gevoel gaat uiten -tot expressie laat komen- dan zet de drager het gevoel zelf weer in beweging (emotie – naar buiten bewegen). Dit uiten gaat door middel van taal: gesproken taal of communicatief handelen. Zo wordt in het gevoelen en energie (iets dat zich openbaart -bekendmaakt) omgezet in taal. Het voelen zou het denken kunnen instrueren: dat gebeurt ook: allerlei concepten van werkelijkheid en allerlei overtuigingen worden ontwikkeld op basis van gevoelens. Misschien mag ik boud veronderstellen dat negatieve gevoelens (dat zijn dus impressies van energieën die als bedreigend worden ervaren) werken als conserving agents en positieve gevoelens als revolving agents. Het behoud is niet gericht op de kwaliteit van de eigen situatie, maar uitsluitend op het behoud ervan, zelfs als de situatie destructief is. De omwenteling is ook niet gericht op de situatie (die wordt eenvoudig ‘verlaten’) maar op nieuwe situaties. Beide werkzaamheden zijn eenzijdig: zowel positieve- als negatieve gevoelens zijn nodig om tot effectieve verandering van een situatie te komen. De kracht die ik in mijzelf ontwikkel is het vermogen om het spanningsveld tussen behoud en omwenteling te ‘omvoelen’ en zodoende de zich in dit veld openbarende (levens)kern-energie ruimte te geven. 

Het Handelen: Oeuvre van een Blinde Fotograaf

Er is iets vreemds met handelen aan de hand: doe je het dan weet je het niet, en als je je bewust wordt van wat je doet dan doe je het niet meer. In het handelen ben je per definitie onbewust, zoals de blinde fotograaf niet weet wat er op de gevoelige plaat wordt vastgelegd. Wel gaat handelen gepaard met emotie (of die nou ervaren wordt of niet) en de emotie drijft het handelen. Doordat we uit het handelen in de observatie -en de reflectie-kunnen stappen kunnen we het bijsturen. Maar hoe beter we in het observeren zijn hoe moeilijker het blinde, authentieke handelen ’ons lukt‛. Ik ben in de loop van mijn leven erg goed geworden in het observeren. Pas sinds een paar jaar ben ik bezig moeizaam de verloren authenticiteit terug te winnen die zo belangrijk is voor vreugdevol en effectief handelen. De musicus-socialisatie heeft me geleerd erg bang te zijn voor fouten. Ik heb gemerkt in mijn onderricht dat ik het moeilijk vind om het heft uit handen te geven en de controle los te laten. Hiermee te experimenteren en te onderzoeken heeft me geleerd meer te vertrouwen!

Het Eigen Leerhuis

In elke mens schuilt een leerhuis, waarin de mens op eigen kracht de weg door het bestaan kan vinden. Niet zelden is dit leerhuis onder het zand geraakt, en met het huis de mummies van een gestorven verleden, dat begraven werd om bewaard te blijven tot een opstanding. In onderzoeksgericht onderwijs wordt een proces aangevangen waarin de mens op zoek gaat naar het eigen leerhuis en de zich daarin openbarende kracht. Wat de mens vindt in het huis, hoe het aanvoelt, hoe het tot vorm komt en hoe het zich zal bewegen door de tijd is voor elk mens weer anders. Maar de kracht is hetzelfde. Het is een kracht die geen eigenschappen heeft omdat elke vorm en beweging kan ontstaan vanuit die kracht. Het is die kracht die mensen ertoe drijft, ertoe uitnodigt om ruimte in te nemen, om een stempel te drukken op het bestaan, om lief te hebben, om innerlijk te groeien. Ik denk dat de kracht niet in een laboratoriumsituatie te onderzoeken is – het ervaren ervan is niet manipuleerbaar, niet oproepbaar en niet vast te houden door techniek. Als de kracht te voelen is, is dat voor een moment, maar wel een moment dat zich in de tijd verspreidt, en levensgebeurtenissen aaneen smeedt, levenscycli tot elkaar laat komen, en de mens die het ervaart tot absoluut centrum van het eigen bestaan maakt. Het leerproces dat in onderzoeksgericht onderwijs wordt aangevangen -of voortgezet- is een proces van ontkleden, van het afwikkelen van de windsels om de eigen kracht. Door reflectie en experiment, door voelen en handelen, door denken en uitproberen, door de samen-heid te zoeken met anderen… wordt waarneembaar wat zich met zachte kracht aandient; wat zich aanhoudend openbaren wil: de eigen innerlijke energie. Die energie heeft geen bedoeling, anders dan tot uitdrukking te komen. Hoe en waarin is in de energie niet vastgelegd. Contact voelen met de energie maakt dat die -vaak maar voor even- in álles gaat stromen. Mensen zoeken in hun werk vaak een plaats om zich te manifesteren, om in kwaliteit zichtbaar te worden, en daarvoor erkend te worden. De condities om dit te realiseren, de normen en waarden die het kader van activiteit en waardering vormen, kunnen binnen de leersituatie worden onderzocht en getoetst.

In de huidige cultuur komt steeds meer aandacht voor lateraal denken, serendipiteit, emotionele intelligentie en intuïtief handelen. Het onvoorspelbare karakter van de uitkomsten van deze activiteiten maakt dat een goede methodische onderbouwing nodig is in het communiceren en concretiseren van deze uitkomsten. Ik beschouw elke leraarssituatie als een laboratorium, waarin empirisch onderzoek gedaan wordt naar de structuur van de eigen ervaring, naar de structuren van handelen en denken, naar de structuren van macht binnen het beroep en het werkveld, naar de structuren van presentatie in de persoon, en bovenal naar de taalstructuren.