Reflectie van Marc

Marc, 62 jaar oud, muziekleraar, vertelt over zijn leerproces

Persoon

Ik heb gedurende mijn leven al veel typeringen gehoord over mij als persoon (dat wat zichtbaar in de buitenwereld treedt: het masker, waar doorheen ik klink – per sonare.) Ik geef er een aantal: Leuk, niet lief; wijs maar opdringerig; een entertainer;een ziener; een dominante drammer; een taalvirtuoos; een helder denker; een luie donder; een verwaande kwast; een Einzelgänger; een inspirerende leraar; een teruggetrokken, ongeïnteresseerde buitenstaander; een knuppel-in-het-hoender‛-hok-gooier’; een provocateur; een grappenmaker; een zorgzame ondersteuner; een goede minnaar; een sloddervos; een vuilak in het huishouden; een ijdele narcist…… enzovoorts! Het is waar, ik ben dat allemaal en ook nog een zich diep schamende domoor, een onzeker kind; een bange looser; een blije geest; een depressieve kunstenaar; een improviserend kok; een charmeur; een hard-en-doodloper, een mens dat altijd openstaat voor nieuwe dingen, ideeën en ontwikkelingen! Maar wat betekent dat voor mijn persoonsprofiel als leraar? In ieder geval betekent de diversiteit van deze typeringen dat ik niet vanzelfsprekend kan uitgaan van de duidelijkheid van mijn communicatie. Te vaak is er verwarring over wat ik precies bedoel, moeten anderen gissen naar de precieze betekenis van mijn uitspraken, van mijn handelen, of dat wat ik nalaat te doen. Ik heb gemerkt dat anderen wel graag weten wat ik bedoel, omdat mijn communicatie vaak waardevolle inhoud heeft. Als al die typeringen personen zouden zijn is niet altijd duidelijk wie er aan het woord is, wie de constante factor temidden van al die beroepen, personages, stemmingen en uitspraken is. Een belangrijk kenmerk van mijn persoon is dat ik vaak verwarring sticht (naast de toegewijde, liefde volle en begrijpende aandacht..!). Dit is iets waarvoor ik erg op moet passen! Het is belangrijk voor mij om mezelf aan het handje te houden en me steeds af te vragen: is dit duidelijk, ben ik eenduidig genoeg voor de ander, of laat ik de ander in verwarring achter? In mijn leraarschap let ik nu inmiddels erg op mijn rol en op mijn communicatie, en moet ik mezelf vaak afremmen. Dit ervaar ik niet als beperkend, maar juist als een versterking van mijn kracht: in de beperking en de bundeling schuilt een duidelijk personage, dat anderen als steunend, inspirerend en helpend ervaren – zo is mij gebleken! Ik weet wel dat ik nog wel eens uit mijn rol val, en het communicatieve pad verlaat, maar door de effectieve reflectiemiddelen die ik vanuit het leerhuis van Marco Polo krijg aangereikt kan ik er nu naar kijken. Naast de verwarring die kan ontstaan als ik niet eenduidig ben (vaak als ik me niet prettig voel ineen situatie!) merk ik dat anderen het prettig en inspirerend kunnen vinden in mijn gezelschap. Ik ben in staat anderen bij de kern van hun vragen te brengen, soms ook bij de kern van wat zij als essentieel voor hen ervaren. Ik heb geleerd daarin erg bescheiden en terughoudend te zijn -dienstbaar. Wat ik hiervoor nodig heb in het samenzijn is een rustige omgeving, wederzijds vertrouwen, respect en ruimte en genoeg tijdruimte om de golven van verdicht begrip, stralende emotie en soms stuiterende kernkracht de kans te geven gestalte aan te nemen. 

Naar binnen: denken

Mijn denken is sterk gevormd door mijn beroep als musicus, mijn taalvermogen, mijn visuele in-stelling, mijn helderziendheid, en mijn belangstelling voor lateraal denken. Denken is lang mijn thuishaven geweest: waar voelen misschien een grotere kracht is, was voelen steeds te onveilig, te beangstigend. Mijn weerbaarheids- en zijns-mechanismen hebben zich sterk op het denken -en dan speciaal het visuele en het verbale- gericht. Ik heb in de loop van mijn leven concepten van werkelijkheid gecreëerd en overtuigingen (conserving agents) ontwikkeld die me sterk in een bepaalde richting hebben gestuurd. Ondanks mijn liefde en mijn vertrouwen voor de kracht van het denken heeft dit denken me ook ernstig om de tuin geleid: met hart en ziel heb ik geloofd en vertrouwd dat wat mijn denken me vertelde wel zou kloppen. In termen van de Leercirkel van Kolb: Ik heb tot stikkens toe gependeld tussen handelen en concluderen, zonder tot fatsoenlijke reflectie te komen. Nieuw handelen bleef gecensureerd worden vanuit de oude opvattingen: Koning Hoofd was een tiran geworden! Ik heb het leerhuis leren kennen als didactisch middel om de wetten van het systeem te leren ‘ondervragen’ en tot ontwikkeling te brengen. Denken ben ik meer gaan zien als een belangrijk vermogen in dienst van het meer omvattende kennen.

Het Voelen

Mijn coach/mentor maakte onderscheid tussen gevoel en emotie. Gevoel is het ontvangende, emotie het zich uitende. In voelen bevindt zich het waarnemen, het gewaar worden: er wordt iets bemerkt. De waarneming die wij ‘voelen’ noemen heeft een grote eigenaardigheid: zij is niet op iets gericht, maar is in wezen passief (als elk waarnemingsorgaan). Dat wat het orgaan treft is echter onwaarneembaar. Uit de kwaliteit van het gevoel kunnen we -moeizaam vaak- afleiden wat de ‘beweger’ geweest is. Hier kan men wellicht het woord energie ‘te hulp‛ roepen (gr: energeia – werkzaamheid, het handelen, de zich openbarende kracht.) – Aan het gevoel zou een energie ten grondslag kunnen liggen als beweger. Zo zou een gebeurtenis of een gedachte een energie bij zich dragen: een onwaarneembare component die bij de ontvanger iets doet bewegen en daarmee een gevoel veroorzaakt. Als men het gevoel gaat uiten -tot expressie laat komen- dan zet de drager het gevoel zelf weer in beweging (emotie – naar buiten bewegen). Dit uiten gaat door middel van taal: gesproken taal of communicatief handelen. Zo wordt in het gevoelen en energie (iets dat zich openbaart -bekendmaakt) omgezet in taal. Het voelen zou het denken kunnen instrueren: dat gebeurt ook: allerlei concepten van werkelijkheid en allerlei overtuigingen worden ontwikkeld op basis van gevoelens. Misschien mag ik boud veronderstellen dat negatieve gevoelens (dat zijn dus impressies van energieën die als bedreigend worden ervaren) werken als conserving agents en positieve gevoelens als revolving agents. Het behoud is niet gericht op de kwaliteit van de eigen situatie, maar uitsluitend op het behoud ervan, zelfs als de situatie destructief is. De omwenteling is ook niet gericht op de situatie (die wordt eenvoudig ‘verlaten’) maar op nieuwe situaties. Beide werkzaamheden zijn eenzijdig: zowel positieve- als negatieve gevoelens zijn nodig om tot effectieve verandering van een situatie te komen. De kracht die ik in mijzelf ontwikkel is het vermogen om het spanningsveld tussen behoud en omwenteling te ‘omvoelen’ en zodoende de zich in dit veld openbarende (levens)kern-energie ruimte te geven. 

Het Handelen: Oeuvre van een Blinde Fotograaf

Er is iets vreemds met handelen aan de hand: doe je het dan weet je het niet, en als je je bewust wordt van wat je doet dan doe je het niet meer. In het handelen ben je per definitie onbewust, zoals de blinde fotograaf niet weet wat er op de gevoelige plaat wordt vastgelegd. Wel gaat handelen gepaard met emotie (of die nou ervaren wordt of niet) en de emotie drijft het handelen. Doordat we uit het handelen in de observatie -en de reflectie-kunnen stappen kunnen we het bijsturen. Maar hoe beter we in het observeren zijn hoe moeilijker het blinde, authentieke handelen ’ons lukt‛. Ik ben in de loop van mijn leven erg goed geworden in het observeren. Pas sinds een paar jaar ben ik bezig moeizaam de verloren authenticiteit terug te winnen die zo belangrijk is voor vreugdevol en effectief handelen. De musicus-socialisatie heeft me geleerd erg bang te zijn voor fouten. Ik heb gemerkt in mijn onderricht dat ik het moeilijk vind om het heft uit handen te geven en de controle los te laten. Hiermee te experimenteren en te onderzoeken heeft me geleerd meer te vertrouwen!

Het Eigen Leerhuis

In elke mens schuilt een leerhuis, waarin de mens op eigen kracht de weg door het bestaan kan vinden. Niet zelden is dit leerhuis onder het zand geraakt, en met het huis de mummies van een gestorven verleden, dat begraven werd om bewaard te blijven tot een opstanding. In onderzoeksgericht onderwijs wordt een proces aangevangen waarin de mens op zoek gaat naar het eigen leerhuis en de zich daarin openbarende kracht. Wat de mens vindt in het huis, hoe het aanvoelt, hoe het tot vorm komt en hoe het zich zal bewegen door de tijd is voor elk mens weer anders. Maar de kracht is hetzelfde. Het is een kracht die geen eigenschappen heeft omdat elke vorm en beweging kan ontstaan vanuit die kracht. Het is die kracht die mensen ertoe drijft, ertoe uitnodigt om ruimte in te nemen, om een stempel te drukken op het bestaan, om lief te hebben, om innerlijk te groeien. Ik denk dat de kracht niet in een laboratoriumsituatie te onderzoeken is – het ervaren ervan is niet manipuleerbaar, niet oproepbaar en niet vast te houden door techniek. Als de kracht te voelen is, is dat voor een moment, maar wel een moment dat zich in de tijd verspreidt, en levensgebeurtenissen aaneen smeedt, levenscycli tot elkaar laat komen, en de mens die het ervaart tot absoluut centrum van het eigen bestaan maakt. Het leerproces dat in onderzoeksgericht onderwijs wordt aangevangen -of voortgezet- is een proces van ontkleden, van het afwikkelen van de windsels om de eigen kracht. Door reflectie en experiment, door voelen en handelen, door denken en uitproberen, door de samen-heid te zoeken met anderen… wordt waarneembaar wat zich met zachte kracht aandient; wat zich aanhoudend openbaren wil: de eigen innerlijke energie. Die energie heeft geen bedoeling, anders dan tot uitdrukking te komen. Hoe en waarin is in de energie niet vastgelegd. Contact voelen met de energie maakt dat die -vaak maar voor even- in álles gaat stromen. Mensen zoeken in hun werk vaak een plaats om zich te manifesteren, om in kwaliteit zichtbaar te worden, en daarvoor erkend te worden. De condities om dit te realiseren, de normen en waarden die het kader van activiteit en waardering vormen, kunnen binnen de leersituatie worden onderzocht en getoetst.

In de huidige cultuur komt steeds meer aandacht voor lateraal denken, serendipiteit, emotionele intelligentie en intuïtief handelen. Het onvoorspelbare karakter van de uitkomsten van deze activiteiten maakt dat een goede methodische onderbouwing nodig is in het communiceren en concretiseren van deze uitkomsten. Ik beschouw elke leraarssituatie als een laboratorium, waarin empirisch onderzoek gedaan wordt naar de structuur van de eigen ervaring, naar de structuren van handelen en denken, naar de structuren van macht binnen het beroep en het werkveld, naar de structuren van presentatie in de persoon, en bovenal naar de taalstructuren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *